|
Op deze dag gingen we naar
Palmitos Park, een vogelpark waar ze ook veel cactussen en een
dolfijnenshow hebben.
Het park ligt in het zuiden
van het eiland, niet ver van Playa del Inglés, ongeveer een 10 kilometer
landinwaarts.
De onderste foto's zijn
gemaakt vanuit de bus tijdens de rit er na toe, het laat al een beetje
het ruige landschap van Gran Canaria zien. |
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
De twee foto's
hier boven en de twee foto's hier onder zijn gemaakt bij de
ingang.
Hier is al een beetje
te zien dat het park in een kloof ligt.
Ook laat het zien hoe
ruig het landschap van Gran Canaria is. |
|
 |
|
 |
|
| |
|
Vlakbij de
ingang ligt het reptielenhuis.
Een van de
dieren die je daar kunt zien is
deze schildpad.
Alleen weet ik
niet wat voor een soort dit is. |
| |
|
|
Het dier rechts is
een groene leguaan, het is een van
de meest
voorkomende leguanen.
In de natuur komt
deze leguaan voor in midden
Amerika en in het
noordelijke gedeelte van
zuid Amerika.
Ze leven in het
tropische regenwoud en eten
vooral bladeren en
fruit en soms kleine dieren.
Ze kunnen tot twee
meter lang worden,
dat is dan wel inclusief staart. |
| |
|
| Op de foto links is een lichte
tijgerpython te zien, een
andere naam voor deze slang is
de Birmese python.
Deze soort komt voor in Zuidoost
Azië en voed
zich met middelgrote dieren.
Zoals kleine apensoorten,
reptielen en vogels.
Afhankelijk van de grote van de
prooi kan de slang
enkele weken tot een paar
maanden zonder voedsel.
Ze leven in tropische bossen of
aan de randen er van.
Ze kunnen ongeveer vijf tot
zeven meter lang
worden. |
| |
|
|
De
neushoornleguaan.
Deze soort leguaan
leeft van nature alleen in Haïti
en een aantal
kleine eilanden van de Dominicaanse
Republiek.
Ze kunnen tot 1.5
meter lang worden en horen
daar mee tot de
wat grotere soorten.
Door dat ze maar
op een klein gebied voor komen
en er steeds
mensen aan de kust wonen is de
neushoornleguaan
een licht bedreigde diersoort
geworden. |
| |
|
|
Van nature
leeft deze leguaan in de wat drogere
beboste
gebieden en ze leven ook aan de kust.
Ze houden van
hoge temperaturen en veel zonlicht.
Als ze
volwassen zijn eten ze vooral planten
en fruit.
De jongere
dieren eten ook kleine insecten,
maar naarmate
ze ouder worden gaan ze steeds
meer planten en
fruit eten. |
| |
|
|
Een stokstaartje.
Deze dieren leven
in het zuidelijk deel van Afrika
in groepen.
Ze leven op de
open en droge vlaktes van
de Kalahari.
Het is een
roofdiertje dat tot de mangoesten soort
behoort. |
| |
|
|
Stokstaartjes leven
in groepen die tot 30 dieren
groot kunnen
worden.
In de groep is een
hiërarchie aanwezig, elk
stokstaartje heeft
zijn eigen taak.
Een van de dieren
heeft als taak om de wacht
te houden.
Dat stokstaartje
zit op een heuvel of een andere
verhoging zodat hij
de omgeving kan zien en
waarschuwt de
andere als er gevaar dreigt.
De stokstaartje die
wachter zijn kunnen beter
zien als de andere
stokstaartjes. |
| |
|
|
Stokstaartjes eten
met voornamelijk insecten,
spinnen,
schorpioenen en slakken.
Soms eten ze ook
wortels van bomen en struiken.
Het zijn heel
sociale beestjes.
Behalve bij het
eten, als een van de dieren een
prooi heeft
gevangen eet hij deze meestal alleen
en op kleine
afstand van de groep op.
Komen de andere te
dichtbij dan gaat het dier
erg
grommend met de prooi er vandoor. |
| |
|
|
Nog een keer de
wachter.
Deze dieren
kijken vooral naar boven omdat daar
hun grootste
vijand vandaan komt.
De roofvogels
en dan met name de arend.
Ziet deze
wachter een roofvogel aankomen dan
maakt hij
een geluid en maken alle stokstaartjes
dat ze weg
vluchten in hun holletjes.
Deze
stokstaartjes hebben een erg goed zicht,
ze kunnen van
een grote afstand het verschil zien
tussen een
gevaarlijke arend en een ongevaarlijke
gier. |
| |
|
|
Deze beestjes zijn
erg snel, wat handig is bij
hun jacht op
voedsel.
Door hun snelheid
kunnen ze ook giftige dieren
vangen zoals
schorpioenen.
Ze gebruiken het
ook bij hun verdediging.
Is een aanvallend
dier te dichtbij om te vluchten,
dan gaan alle
stokstaartjes heel snel graven
zodat er een
stofwolk ontstaat, met als doel
het afschrikken
van de aanvaller.
Zet de aanvaller
de aanval door, dan vallen
de stokstaartjes
ook aan en proberen al bijtend
de aanvaller weg
te jagen. |
| |
|
|
Een
kroonkraanvogel.
Deze vogels
leven in het oostelijk en zuidelijk
deel van Afrika.
Het zijn
waadvogels die normaal leven
in graslanden,
landerijen en drassige gebieden. |
| |
|
|
Buiten het
broedseizoen leeft de kroonkraanvogel
een zwervend
bestaan.
Ze eten insecten
en kleine zoogdieren die ze
aantreffen bij
kuddes hoefdieren die ze
wel eens volgens.
Ze kunnen een
meter hoog worden en
wegen ongeveer
vier kilo. |
| |
|
|
Een groepje
flamingo's.
Ik weet niet
welke soort flamingo dit is.
Maar ze zien er
wel mooi uit.
Flamingo's
leven meestal rondom zoutmeren
waar ze weinig
concurrentie hebben van andere
vogels.
Als voedsel
filteren ze kleine kreeftachtige,
weekdieren en
wormen uit het water. |
| |
|
|
Geen idee welk
soort vogel dit is,
kon ook geen
bordje vinden met de naam. |
| |
|
|
Een aapje, ik
weet niet wat voor
een soort aap
dit is.
Hij lijkt wel
een beetje op een doodshoofdaapje,
maar of dit zo
een soort is weet ik niet. |
| |
|
|
Een rode neusbeer.
Deze dieren komen
van nature voor in
het oerwoud van
zuid Amerika.
Ze leven in
groepen van tien tot twintig dieren.
Ze eten vruchten,
wortels en insecten.
Soms eten ze ook
eieren van andere dieren.
Het eten zoeken
doen ze krabbelend en snuffelend.
Vandaar de klauwen
en de lange snuit. |
| |
|
|
Hun natuurlijke
vijanden zijn de grotere katachtige
en wurgslangen.
Als er gevaar
dreigt maken ze een geluid
en vluchten dan
de bomen in.
Soms laten ze
zich dan weer uit de boom vallen
om te
verdwijnen tussen de bomen en planten.
Ze slapen ook
in de bomen.
Het zijn dan
ook goede klimmers en ze kunnen ook
goed zwemmen. |
| |
|
|
De Afrikaanse maraboe is een grote vogel die
tot de
ooievaarfamilie behoord.
Ze komen voor in
grote delen van Afrika.
Maraboes zijn
grotendeels aaseters en ze worden
dan ook vaak in
gezelschap van gieren gezien.
Meestal verkeren
maraboes in gezelschap van
een paar
soortgenoten, maar soms komen
ze samen in grote
groepen. |
| |
|
| De maraboe is een grote
vogel, hun spanwijdte
kan tot 2.5 meter groot worden.
Ze broeden in kolonies, en
vaak bij dorpen
in de buurt.
Ze eten alle soorten dieren,
zowel levende als dode.
Zo eten ze bijvoorbeeld
vissen, sprinkhanen en
kikkers, maar ook
krokodilleneieren, flamingo’s
en pelikanenkuikens. |
| |
|
|
De zwarte vogel
hiernaast is een lorrie soort.
Een lorrie is een
klein soort papagaai.
Meestal zijn ze
felgekleurd, maar dit is een
zwarte soort. |
| |
|
|
De zonparkiet
is een vogel uit de
papegaaienfamilie afkomstig uit Zuid Amerika.
Ze komen vooral
voor in het bossen van noord
Brazilië,
Guyana en Venezuela.
Ze eten vooral
fruit. |
| |
|
|
De groene links
vogel is een olive-headed lorikeet.
Het is een vogel
die voorkomt op het eiland
van Timor uit de
Malayaanse archipel.
Deze vogel eet net
zoals de zonparkiet fruit,
maar daarnaast
eten ze ook zaden en bloemen.
De gele vogel aan
de rechterkant is weer
een zonparkiet. |
| |
|
| Een regenbooglori paartje.
Het is een lorrie soort die van
nature voorkomt in
Indonesië en de eilanden die
er om heen liggen.
Deze twee zien er een beetje
ruig uit, dat komt
omdat ze net daarvoor een
waterbad genomen
hebben, iets wat deze soort
veel doet.
Ze leven meestal in
paartjes, maar vormen soms
ook groepen die dan weer
uiteenvallen in
losse paren. |
| |
|
|
Nog een
zonparkiet.
Alle parkieten en
lorries, van de foto's hierboven
en van degene die
hieronder komen, zaten
in een volière.
Hoewel ze van
verschillende delen
van de wereld
komen, kunnen ze goed
samengehouden
worden. |
| |
|
|
Dit is een
edelpapegaaimannetje.
Het is zeker
een mannetje, omdat bij edelpapegaaien
de mannetjes
groen gekleurd zijn en de vrouwtjes
zijn rood
gekleurd.
Het is de enige
papegaaien soort waarbij het
vrouwtje en het
mannetje verschillend gekleurd zijn.
Ze komen van
nature voor op de eilanden van
Indonesië en
Nieuw-Guinea.
Deze soort
leeft ook weer in hechte paartjes,
zoals bij de
meeste papegaaien soorten. |
| |
|
|
Een groepje van
zonparkieten.
Hoewel er meerdere
soorten in deze volière zitten,
is de grootste
groep de zonparkieten. |
| |
|
|
Deze
goudparkiet zat in een volière naast de
parkieten en
lorries van de foto's hierboven.
De goudparkiet
komt uit het noorden van Brazilië.
Ze leven heel
sociaal in groepen waarin ze
alles samen
doen.
Ze eten fruit,
bloemen en zaden.
Als een paartje
een aantal jongen krijgt worden
ze bij het
opvoeden geholpen door helpers uit
de groep.
Deze vogels
helpen elkaar dus bij het opvoeden
van de jongen. |
| |
|
|
|
|
Dan een vogel die we
ook in Nederland tegen komen, de ooievaar.
Deze vogels trekken
tegen de herfst weg naar het zuiden om tegen de lente weer terug
te komen.
Tijdens deze trek
leggen ze in totaal ongeveer 20.000 kilometer af. |
| |
|
|
Op de foto hier
naast is een roze pelikaan te zien.
Deze pelikaan
soort komt voor in Afrika, zuidoost
Europa en het
westen- en midden van Azië.
Deze pelikanen
leven in grote groepen en
eten vis die ze
meestal in groepsverband vangen.
Ze leven dan ook
in de buurt van meren,
rivierdelta's en
baaien. |
| |
|
|
Weer een foto
van de omgeving.
Op de foto zijn
ook de palmbomen en vetplanten
te zien die
goed groeien in deze warme omgeving. |
| |
|
|
De standings daggekko is een gekko soort die
voorkomt in het
zuidwesten van Madagaskar.
Deze gekko soort
is dag actief en leeft in een
gebied met veel
planten maar ook met open
stukken om te
zonnen.
Ze eten kleine
insecten en nectar uit bloemen.
Soms eten ze ook
kleinere gekko's.
Ze kunnen tot 30
centimeter lang worden en is
daarmee een van de
grotere soorten die
dag actief zijn. |
| |
|
|
Een rococo pad,
deze vrij grote paddensoort
komt voor in
een deel van zuid Amerika.
En dan het
westelijke deel waar Brazilië, Argentinië,
Bolivia en
Uruguay liggen.
Ze leven op
plekken waar veel water is en ze
eten vooral
krekels, torretjes en kleine
wormen. |
| |
|
|
De afgodslang, de
meeste mensen kennen
hem echter onder
zijn wetenschappelijke naam,
de boa constrictor.
Deze slang komt in
een groot deel van zuid Amerika
voor, vooral in de
warm en vochtige regenwouden.
De slang word door
de lokale bevolking vereerd, en
werd door de
Inca's gezien als een van de drie
heilige dieren,
van daar de naam afgodslang. |
| |
|
| De boa constrictor kan tot
drie meter lang worden.
Hij eet vooral ratten en
knaagdieren die
hij dood door verwurging.
Om die reden wordt hij door
inheemse volken
gehouden als huisdier tegen
de ratten en
knaagdieren.
De afgodslang kan goed
klimmen, maar is
ondanks zijn gespierde
lichaam niet erg snel. |
| |
|
|
Nog een groene
leguaan.
Deze is wat
groenen van kleur als zijn soortgenoot
op de foto's boven
in de pagina.
De reptielen van
de foto's hier boven zaten in terraria
die in het
orchideeënhuis zitten. |
| |
|
|
|
|
De orchideeën op foto's hier
boven en hier onder staan in het orchideeënhuis. |
|
|
|
De brilkaaiman
is een kaaiman soort die
voorkomt in het noordelijke
deel van zuid Amerika,
en in midden Amerika.
De brilkaaiman is een kleine
soort, ze kunnen tot
2.5 meter lang worden.
Ze eten voornamelijk vissen,
watervogels en
reptielen en amfibieën. |
| |
|
|
De brilkaaiman is
een van de meest voorkomende
soorten.
In totaal zijn er
waarschijnlijk meer als 1 miljoen,
en ze hebben van
alle alligatorsoorten ook het
grootste
verspreidingsgebied.
Dit komt omdat de
brilkaaiman zich heel makkelijk
aanpast en niet
kieskeurig is als het gaat om
zijn leefomgeving.
Als er oppervlakte
water is, is het meestal al
goed genoeg voor
de brilkaaiman. |
| |
|
|
|
|
Op de rotsen in de
omgeving van het park zat een grote roofvogel, waarschijnlijk
een Afrikaanse zeearend. |
| |
|
|
Nog een foto
van de omgeving.
Op deze foto is
ook goed te zien dat het
park in een
vallei ligt. |
| |
|
|
De vogel die net
op de rotsen zat.
Het is een
arendsoort, en de enige arend die
veel in dit deel
van de wereld voorkomt is de
Afrikaanse
zeearend.
Waarschijnlijk
heeft hij in zijn poten een prooi.
Aan de andere kant
van de rotsen ligt namelijk
een stuwmeer,
waarschijnlijk
heeft de vogel
daar zijn prooi vandaan. |
| |
|
|
|
|
Weer een vogel
die we vaak in Nederland
zien, de
knobbelzwaan.
Ze leven
voornamelijk van waterplanten.
Het is een van
de grootste vogelsoorten,
hun spanwijdte
kan tot 2.30 meter worden.
Zelf worden ze
een 1.50 meter lang en wegen dan
een 10 tot 13
kilo.
Tijdens het
broedseizoen kunnen ze agressief zijn
tegen mensen en
dieren die te dicht bij hun
nest komen. |
| |
|
|
Een hyacintara,
ook bekend als de blauwe
ara.
Deze grote
papegaaien soort komt voor in een
klein deel van
zuid Amerika.
Ze komen voor in
delen van Bolivia, Brazilië
en Paraguay.
Zoals te zien is
op de foto hier naast zijn het
nieuwsgierige
dieren. |
| |
|
|
De hyacintara
kan een 90 tot 100 centimeter
groot worden
met een gewicht van ongeveer
anderhalve
kilo.
Ze eten vooral
zaden en diverse fruitsoorten.
In de vrije
natuur zijn er waarschijnlijk nog
maar 3000 tot
5000.
Deze soort
heeft dan ook een status als
bedreigde
diersoort. |
| |
|
|
Op de foto's hier onder staan
verschillende papegaai soorten, alleen weet ik niet welke omdat dat niet
bij de kooien stond.
Daarom staat er geen
beschrijving bij. |
| |
 |
| Even de veren
goed schudden... |
| |
 |
| ...en dan
lachen voor de foto. |
| |
|
|
 |
|
Geen idee welk soort het is,
maar een beetje lelijk is die wel. |
| |
 |
| De achterkant
en... |
| |
 |
| ...de
voorkant van een witte vogel. |
| |
|
|
|
|
Tot slot nog een paar roze
vogels, ik denk dat dit dezelfde soort als de witte van erboven.
De vorm is namelijk
hetzelfde, alleen is de kleur anders. |
| |
|
Na deze vogels waren we
aangekomen bij de dolfijnen show,
de foto's van de show staan
op volgende pagina, en door
hier
te klikken ga je naar die pagina.
Na de dolfijnen show heb ik nog wat foto's
gemaakt van wat dieren, cactussen en de omgeving, die foto's staan
hier. |
| |