|
De donderdag voor het Spa
Race Festival bezocht ik het Spa Race Museum.
Het museum is gevestigd in de
kelder van de Abdij van Stavelot in het dorp Stavelot.
Alle auto's in het museum
zijn in een rijd / racebare staat, en hebben ooit op het circuit
gereden. |
| De Lola T292.
Twee van deze auto's zijn
ingezet door het
Team BIP Ecurie Bonnier
tijdens de Spa
1000 kilometer van 1973.
Deze wedstrijd was de race 5
in het World
Championship for Makes en
race 1 voor het
Challenge Mondiale.
De race werd gereden op 6
Mei 1973, op het toen
nog 14 kilometer lange
Circuit de Spa-Francorchamps. |
| |
|
| Team BIP Ecurie
Bonnier reed met twee wagens.
Die uitkwamen in de in de Sport
2000 klasse.
Ze waren uitgerust met een 2
liter
Ford Cosworth Motor.
De wagen met nummer 65 werd
gereden door
Carlos Gaspar & Jorge Pinhol.
Hun startplaats was 11 met een
kwalificatietijd van
3:44.700, dat is 225.901 Km/Uur
gemiddeld.
Ze finishte overal op plaats 16
en als 5de in
hun klasse op 19 ronden van de
overal winnaar. |
| |
|
| De tweede wagen van het
team reed met nummer 66.
Deze wagen werd bestuurd door
Carlos Santos &
Carlos Mendoza, net zoals de
rijders van de andere
auto kwamen zij uit
Portugal.
De tweede auto had als
startplaats 19 met een tijd
van 4:00.300, dat is
209.738 Km/Uur gemiddeld.
Zij finishte op plaats 6
overal en wonnen hun klasse
op 9 ronden van de overal
winnaar.
Er stond niet bij of dit de
auto was met startnummer
65 of 66, dus ik weet niet
welke van de twee dit is.
|
| |
|
|
De Sauber C3.
Voordat Peter
Sauber in de Formule 1 debuteerde
bouwde hij als
auto's voor Group C races en daarvoor
auto's voor de
Interserries.
De C3 was een auto
die geschickt was voor de
Interserries
races.
Ook kon met deze
wagens in het World
Championship for
Makes gereden worden
in de Sport 2000
klasse. |
| |
|
| De Sauber C3 was uitgerust
met de Cosworth BDG
motor, met 2000cc.
Deze auto is chassis nummer
3.
De auto werd ingezet door
verschillende
coureurs en teams in de
jaren 1975 t/m 1982.
Sinds 1995 is de auto in handen
van Nick Snoeck
die er historische races mee
rijd.
Sindsdien is de auto ook in
deze kleuren gespoten. |
| |
|
|
De Lola T400.
Deze auto is door
het Belgische VDS team ingezet
in het Europese
Formule 5000 kampioenschap,
in het jaar 1975
met als coureur de Belg Teddy Pilette.
Tijdens dat jaar
wonnen ze dat kampioenschap.
Het was voor Teddy
Pilette zijn tweede
kampioenschap, in
1973 won hij ook al het
kampioenschap met
het VDS team.
Toen reden ze met
een Chevron B24.
|
| |
|
|
De Lola T400
werd niet alleen in het Europese
F5000
kampioenschap ingezet.
Maar ook in de
Formule 5000 kampioenschappen
in Amerika en
Australië.
Teddy Pilette
heeft ook in Amerika geracet en
heeft ook nog
vier races gereden in de formule 1.
Alleen zonder
veel resultaat, hij werd een keer
17de, de andere
3 keer wist hij zich
niet te
kwalificeren.
|
| |
|
|
De Chevron B48.
Dit is een Formule
2 Auto.
De auto werd in
het eerste deel van 1979 bestuurt
door Bobby Rahal,
hij reed toen voor het
Chevron Racing
Team.
Hij haalde 10
punten voor dat hij halverwege
het jaar naar
Amerika ging om daar te rijden
in het Can-Am
kampioenschap.
Chevron heeft voor
meerdere klasse auto's gebouwd. Het werd opgericht in 1968
en bestaat nog steeds. |
| |
|
Bobby Rahal bleef in Amerika
racen, waar hij van
1982 tot 1998 in de Champ
Car Series reed.
In 1982 werd hij Rookie Off
The Year, in 1986 won
hij de Indy 500 en in 1986
en 1987 won hij het
kampioenschap, dit alles met
Truesports.
In 1992 nam hij Patrick
Racing over met Carl Hogan.
Het team werd toen
Rahal-Hogan Racing genoemd.
In 1992 won hij voor dat
team zijn derde titel.
Bobby Rahal reed 265 Champ
Car wedstrijden
en won er 24 en haalde 64
podiums. |
| |
|
|
|
|
Nog een Chevron Formule 2.
Dit is de Chevron B42 uit 1978. |
|
De Bowman BC2.
De Bowman BC2 is
een formule 3 auto.
Deze auto werd in
1992 bestuurd door de
Fransman Jean
Christophe Boullion
in het France
Formule 3 kampioenschap.
Tijdens dat jaar
won hij 3 races, de auto was toen
uitgerust met een
Volkswagen motor.
Een jaar later
werd de auto bestuurd door de
Belg Didier
Defourney, toen met een Fiat motor,
zonder veel
succes. |
| |
|
|
|
|
De BC2 was de opvolger van de
BC1, de eerste auto van Bowman uit 1991.
De BC2 werd opgevolgd door de
BC3 en later de BC4, maar die auto's hadden geen succes.
Na BC4 die in 1994 uitkwam
zijn er geen nieuwe Bowman Formule 3 auto's meer gebouwd.
Buiten de 3 overwinningen van
Boullion heeft niemand anders met een Bowman gewonnen. |
|
|
|
|
|
De motor restrictor van de
auto, de motor zuigt zijn lucht aan door de opening te zien op de linker
foto.
Dit is een simpele manier om
het vermogen van de motor terug te brengen en het is makkelijk te
controleren.
Het gat heeft een maximale
diameter, dat wordt gemeten, is het gat groter dan word je
gediskwalificeerd.
Deze restrictors worden nog
steeds gebruikt in de Formule 3, en zorgen er voor dat
de motorvermogens en de top
snelheden niet te hoog worden. |
| |
|
|
|
Twee Formule Ford auto's van
Lotus. De bovenste rode komt uit 1973, de onderste groen gele komt uit
1965 |
|
|
| |
|
|
|
De Merlyn MK20, een formule
ford uit 1972. |
| |
| De Dallara F396.
De auto werd in 1998 bestuurd
door de belg
David Saelens in het france
Formule 3
Kampioenschap voor het team
van ASM.
Hij werd dat jaar kampioen
en won ook met deze
auto de Formule 3 Masters op
Zandvoort in 1998.
David Saelens heeft later
gereden in klasse zo als
de Internationale Formule
3000, DTM, Belcar
en de American Le Mans
Series.
De Formule 1 heeft hij op
een aantal
test nooit gehaald. |
|
| |
|
Dallara is
opgericht in 1972 door Gian Paolo Dallara
en is gevestigd in
Parma in Italie.
In het begin
maakte ze auto's voor kleine auto
competities en
heuvelklims.
In 1978 bouwde ze
hun eerste Formule 3 auto
voor het
Italiaanse kampioenschap.
Sinds dat jaar
hebben ze alle keren dat
kampioenschap
gewonnen.
Ook in andere
Formule 3 klasse kregen ze
steeds meer
succes, en de laatste jaren
domineren ze alle
Formule 3 kampioenschappen. |
|
| |
| De Arrows A21, dit is de
Formule 1 auto van
Arrows uit 2000.
De auto was uitgerust met
een Supertec V10 motor
en Bridgestone banden.
De auto's werden bestuurd
door Pedro de la Rosa en
Jos Verstappen.
Pedro de la Rosa haalde er
twee 6de plaatsen mee.
Jos Verstappen haalde er een
5de en 4de
plaats mee.
Gezamenlijk goed voor 7
punten, waar mee
het team 7de werd in het
constructeurs
kampioenschap. |
| |
|
|
Na een
desastreus seizoen in 1999 leek het
met de A21 de
goede kant op te gaan.
De auto was
snel maar niet betrouwbaar.
Waardoor een
aantal goede klasseringen in rook
op gingen, in
totaal vielen beide coureurs 21 keer uit,
haalde ze 13
keer de finish, waarvan 4 keer
in de punten. |
| |
|
| De Tyrrell 021 is de
Formule 1 auto van
Tyrrell die ze gebruikte in 1993.
De auto's werden bestuurd
door Ukyo Katayama
en Andrea de Cesaris.
De wagen was uitgerust met
een motor van
Yamaha en banden van
Goodyear. |
| |
|
|
De auto was niet
erg succesvol.
De beste
klassering is twee maal een 10de plaats.
12 maal werd de
finish gehaald en 19 keer
vielen ze uit, 1
keer werd Andrea de Cesaris
gediskwalificeerd. |
| |
|
|
De Minardi M185
is een Formule 1 auto.
Het was de
eerste Formule 1 auto van Minardi
en is gebouwd
in 1985.
Er werd in dat
jaar gebruik gemaakt van 1 auto
die bestuurd
werd door Pierluigi Martini.
de beste
klassering was een 8ste plaats.
Verder werd er
1 keer een 11de en 1 keer
een 12de plaats
gehaald.
Tijdens de
Grand Prix van Monaco werd Martini
gediskwalificeerd, alle andere keren viel de auto uit. |
| |
|
|
Minardi werd
opgericht in 1980 en begon met racen
in het European
Formule Two Championship.
In 1984 werd
besloten om over te stappen naar
de formule 1.
De auto werd
ontwikkeld om een motor van
Alfa-Romeo, maar
toen Carlo Chiti weg ging bij
Alfa-Romeo om
Motori Moderni op te richten
werd besloten om
met hem in zee te gaan.
Omdat de Motori
Moderni V6 Turbo aan het begin
van het seizoen
nog niet klaar was begon men
de eerste 2 races
met de Cosworth DFV motor. |
| |
|
|
De Arrows A6 is
een Formule 1 auto waar Arrows
mee reed in
1983 en het begin van 1984.
De auto was
uitgerust met een Cosworth Motor
en Goodyear
banden.
Een auto werd
het hele seizoen bestuurd door
de Zwitser Marc
Surer die er 4 punten mee scoorde.
De tweede auto
werd aan het begin van het jaar
bestuurddoor de
Braziliaan Chico Serra die
er 4 races mee reed maar geen
punten haalde.
Tijdens de 2de
race van het seizoen reed Alan Jones
eenmalig in de
auto, hij viel uit tijdens de race. |
| |
|
|
De belg Thierry
Boutsen maakte het jaar af
in de 2de auto,
maar scoorde geen punten.
Marc Surer en
Thierry Boutsen reden ook in
1984 voor Arrows.
Het team begon het
1985 seizoen met de A6 voor
ze de A7 in gingen
zetten.
Thierry Boutesen
scoorde in het begin van het
1984 seizoen nog
een 5de en 6de plaats met
de A6 en scoorde
zo 3 punten met de oude auto.
In totaal zijn er
dus over 2 jaar 7 punten
gescoord met de
Arrows A6. |
| |
|
| De Lotus 76 is de Formule 1
auto voor het seizoen
van 1974 van Lotus.
De auto werd bestuurd door
Ronnie Peterson
en Jacky Ickx.
De auto was uitgerust met
een Ford motor
en een elektronische
koppeling.
Bij de eerste tests klaagde
de coureurs dat ze het
gevoel miste met de auto en
dat de koppeling
problemen gaf.
Na de 4de race in Spanje
werd besloten om terug
te gaan het oude model de
lotus 72. |
| |
|
|
Met de Lotus 76
haalde Ronnie Peterson een
6de plaats en
Jacky Ickx een 3de plaats,
beide tijdens de
Grand Prix van Brazilië.
De Lotus 76 was
ontworpen door Collin Chapman,
Tony Rudd en Ralph
Bellamy.
De auto had ten
opzichte van zijn voorganger, de
Lotus 72, een
lichter chassis, een langere wielbasis
en een smallere en
lagere monocoque.
Hoewel de auto er
mooi en slank uit ziet
was het geen
succes. |
| |
|
| De Maki F101C is een
formule 1 auto van het
Japanse Maki Engineering.
Maki debuteerde tijdens de
Grand Prix van Engeland
in 1974 met de Maki F101 met
als coureur de
Australiër Howden Ganley.
Hij wist zich niet te
kwalificeren, voor de race er na
in Duitsland lukt het ook
niet en crashte
Howden Ganley met de auto.
Maki ging terug naar Japan
om de auto te reparen
en te verbeteren. |
| |
|
|
In 1975 keerde het
Maki team terug tijdens de Grand
Prix van
Nederland, met de verbeterde auto, nu de
Maki F101C geheten
en sponsoring van Citizen.
Met als coureur de
japanner Hiroshi Fushida.
Omdat er maar 25
inschrijvingen waren, waren ze
zeker van een
startplek.
Maar omdat de
motor kapot ging tijdens de training
kom het team niet
starten, en in Engeland kwam
de auto niet door
de kwalificatie.
Hiroshi Fushida
werd toen vervangen door
de Engelsman Tony
Trimmer. |
| |
|
|
Tony Trimmer
probeerde zich te kwalificeren voor de
races in
Duitsland, Oostenrijk en Italie, maar
dat lukte geen
van de keren.
Alleen voor de
niet voor het WK mee telende Grand
Prix van
Zwitserland wist hij zich te kwalificeren.
Hij finishte op
de 13de plek op 9 ronden van de
winnaar.
Aan het eind
van 1976 probeerde ze het nog een
keer tijdens de
Japanse Grand Prix.
De auto was
verbeterd en hete toen de Maki F102A
Maar ook hier
kwam de auto niet door de kwalificatie.
Dat was ook het
einde van Maki Engineering. |
| |
|
|
De ruimte onder de
abdij is niet erg groot en donker.
Maar met voldoende
verlichting en door
de auto's op een
dicht op elkaar te zetten
kunnen er nog
beest wat auto's staan.
Het leuke is dat
er allemaal verschillende soorten
auto's staan,
waaronder een leuk aantal
formule 1 auto's
uit verschillende tijden. |
| |
|
| De legendarische Porsche
917K, de korte uitvoering
van de 917.
Deze Porsche was een erg
opzienbarende auto
vanwege de unieke
samenstelling van de auto.
Het chassis was gemaakt van
aluminium en de
carrosserie van
koolstofvezel.
De motor was een 180graden
V12, het was een
combinatie van 2 koppelde
Porsche 911 motoren.
De auto woog maar 800 kilo
en de motor leverde
520pk.
Hierdoor onstond een hele
snelle combinatie. |
| |
|
|
De topsnelheid van
de auto lag op zo een 380 Km/Uur.
De auto was op
sommige circuits sneller dan de
formule 1 auto in
die jaren.
De auto werd
gemaakt van 1969 tot 1971, later
werd er nog een
uitvoering gemaakt voor de Can-Am.
Deze uitvoering in
Gulf kleuren is vooral bekend
geworden door de
film Le Mans van Steve McQueen.
Ook werden er een
aantal uitvoeringen gemaakt
met een langer
bodywork.
Wat zorgde voor
hogere topsnelheden. |
| |
|
|
De auto was
zeer succesvol, in het WK werden
er meerdere
overwinningen gehaald.
Waaronder de
24uren van Le Mans in 1970 en 1971.
De auto waar
Gijs van Lennep en Helmut Marko in
1971 wonnen was
voor een gedeelte gemaakt
van magnesium.
Zij hebben toen
in 24 uur een afstand afgelegd van
5335 kilometer
met een gemiddelde snelheid van
222 Km/Uur.
Een record dat
pas in 2010 door Audi is verbeterd. |
| |
|
|
De Talbot-Lago T26
Grand Prix.
Deze auto werd
gebouwd door Talbot Lago van
1948 tot 1951 en
was een afgeleide van de
Talbot-Lago T26
Coupe, een luxe coupe
voor degelijks
gebruik.
De T26 Grand Prix
kon worden ingezet in de Grand
Prix racerij, de
voorloper van de huidige
Formlue 1.
De coureur Louis
Rosier won in 1951 de Grand
Prix's van
Bordeaux, Belgie en Nederland
met deze auto. |
| |
|
|
|
|
Nog een keer de Talbot-Lago
T26C Grand Prix. |
| |
|
|
|
Een Alfa Romeo Giullia Sprint
uit 1963. |
| |
|
 |
|
Een Lancia Aurélia B20 GT uit
1957. |
| |
|
|
|
Een Vaillante Grand Défi. Een
auto die lijkt op de Vaillante Le Mans uit de strips van Michel
Vaillante. |
| |
|
|
|
De BMW 528i van Eggenberger
Motorsport uit 1982. |
| |
|
|
|
Een Ford Capri uit 1979. Deze
auto reed in dat jaar ook de 24 uren van Spa-Francorchamps. |
| |
|
|
|
De Toyota Corolla, in een
Group A uitvoering die meerdere keren de 24 uren van Spa-Francorchamps
heeft gereden.
Met veel succes, in 1985 1987
& 1988 wonnen ze de Coupe de Roi tijdens de 24 uren.
In 1989 wonnen ze ook hun
klasse tijdens de 24 uren, en ze reden daarbij de snelste ronde en
begonnen van pole position. |
|
|
|
De Honda Accord Super
Toerisme uit 1997.
Gabrielle Tarquini reed met
deze auto de tot dat moment snelst ronde voor dit type auto. |
|
|
| |