Home     Foto's per   Weekend    Raceklasse        Contact    Links    Vakantie & Overige

 

Bezoek Spa Race Museum op donderdag 27 Mei 2010.

 

De donderdag voor het Spa Race Festival bezocht ik het Spa Race Museum.

Het museum is gevestigd in de kelder van de Abdij van Stavelot in het dorp Stavelot.

Alle auto's in het museum zijn in een rijd / racebare staat, en hebben ooit op het circuit gereden.

 
De Lola T292.

Twee van deze auto's zijn ingezet door het

Team BIP Ecurie Bonnier tijdens de Spa

1000 kilometer van 1973.

Deze wedstrijd was de race 5 in het World

Championship for Makes en race 1 voor het

Challenge Mondiale.

De race werd gereden op 6 Mei 1973, op het toen

nog 14 kilometer lange Circuit de Spa-Francorchamps.

 
Team BIP Ecurie Bonnier reed met twee wagens.

Die uitkwamen in de in de Sport 2000 klasse.

Ze waren uitgerust met een 2 liter

Ford Cosworth Motor.

De wagen met nummer 65 werd gereden door

Carlos Gaspar & Jorge Pinhol.

Hun startplaats was 11 met een kwalificatietijd van

3:44.700, dat is 225.901 Km/Uur gemiddeld.

Ze finishte overal op plaats 16 en als 5de in

hun klasse op 19 ronden van de overal winnaar. 

 

 

 
De tweede wagen van het team reed met nummer 66.

Deze wagen werd bestuurd door Carlos Santos &

Carlos Mendoza, net zoals de rijders van de andere

auto kwamen zij uit Portugal.

De tweede auto had als startplaats 19 met een tijd

van 4:00.300, dat is  209.738 Km/Uur gemiddeld.

Zij finishte op plaats 6 overal en wonnen hun klasse

op 9 ronden van de overal winnaar.

Er stond niet bij of dit de auto was met startnummer

65 of 66, dus ik weet niet welke van de twee dit is.

 

 

De Sauber C3.

Voordat Peter Sauber in de Formule 1 debuteerde

bouwde hij als auto's voor Group C races en daarvoor

auto's voor de Interserries.

De C3 was een auto die geschickt was voor de

Interserries races.

Ook kon met deze wagens in het World

Championship for Makes gereden worden

in de Sport 2000 klasse.

 

 

 
De Sauber C3 was uitgerust met de Cosworth BDG

motor, met 2000cc.

Deze auto is chassis nummer 3.

De auto werd ingezet door verschillende

coureurs en teams in de jaren 1975 t/m 1982.

Sinds 1995 is de auto in handen van Nick Snoeck

die er historische races mee rijd.

Sindsdien is de auto ook in deze kleuren gespoten.

 

De Lola T400.

Deze auto is door het Belgische VDS team ingezet

in het Europese Formule 5000 kampioenschap,

in het jaar 1975 met als coureur de Belg Teddy Pilette.

Tijdens dat jaar wonnen ze dat kampioenschap.

Het was voor Teddy Pilette zijn tweede

kampioenschap, in 1973 won hij ook al het

kampioenschap met het VDS team.

Toen reden ze met een Chevron B24.

 

 

 

 

De Lola T400 werd niet alleen in het Europese

F5000 kampioenschap ingezet.

Maar ook in de Formule 5000 kampioenschappen

in Amerika en Australië.

Teddy Pilette heeft ook in Amerika geracet en

heeft ook nog vier races gereden in de formule 1.

Alleen zonder veel resultaat, hij werd een keer

17de, de andere 3 keer wist hij zich

niet te kwalificeren.

 

 

De Chevron B48.

Dit is een Formule 2 Auto.

De auto werd in het eerste deel van 1979 bestuurt

door Bobby Rahal, hij reed toen voor het

Chevron Racing Team.

Hij haalde 10 punten voor dat hij halverwege

het jaar naar Amerika ging om daar te rijden

in het Can-Am kampioenschap.

Chevron heeft voor meerdere klasse auto's gebouwd.

Het werd opgericht in 1968 en bestaat nog steeds.

 

 

 

Bobby Rahal bleef in Amerika racen, waar hij van

1982 tot 1998 in de Champ Car Series reed.

In 1982 werd hij Rookie Off The Year, in 1986 won

hij de Indy 500 en in 1986 en 1987 won hij het

kampioenschap, dit alles met Truesports.

In 1992 nam hij Patrick Racing over met Carl Hogan.

Het team werd toen Rahal-Hogan Racing genoemd.

In 1992 won hij voor dat team zijn derde titel.

Bobby Rahal reed 265 Champ Car wedstrijden

en won er 24 en haalde 64 podiums.

 

Nog een Chevron Formule 2. Dit is de Chevron B42 uit 1978.

De Bowman BC2.

De Bowman BC2 is een formule 3 auto.

Deze auto werd in 1992 bestuurd door de

Fransman Jean Christophe Boullion

in het France Formule 3 kampioenschap.

Tijdens dat jaar won hij 3 races, de auto was toen

uitgerust met een Volkswagen motor.

Een jaar later werd de auto bestuurd door de

Belg Didier Defourney, toen met een Fiat motor,

zonder veel succes.

 

 

De BC2 was de opvolger van de BC1, de eerste auto van Bowman uit 1991.

De BC2 werd opgevolgd door de BC3 en later de BC4, maar die auto's hadden geen succes.

Na BC4 die in 1994 uitkwam zijn er geen nieuwe Bowman Formule 3 auto's meer gebouwd.

Buiten de 3 overwinningen van Boullion heeft niemand anders met een Bowman gewonnen.

 

De motor restrictor van de auto, de motor zuigt zijn lucht aan door de opening te zien op de linker foto.

Dit is een simpele manier om het vermogen van de motor terug te brengen en het is makkelijk te controleren.

Het gat heeft een maximale diameter, dat wordt gemeten, is het gat groter dan word je gediskwalificeerd.

Deze restrictors worden nog steeds gebruikt in de Formule 3, en zorgen er voor dat

de motorvermogens en de top snelheden niet te hoog worden.

 

Twee Formule Ford auto's van Lotus. De bovenste rode komt uit 1973, de onderste groen gele komt uit 1965

 

De Merlyn MK20, een formule ford uit 1972.

 

De Dallara F396.

De auto werd in 1998 bestuurd door de belg

David Saelens in het france Formule 3

Kampioenschap voor het team van ASM.

Hij werd dat jaar kampioen en won ook met deze

auto de Formule 3 Masters op Zandvoort in 1998.

David Saelens heeft later gereden in klasse zo als

de Internationale Formule 3000, DTM, Belcar

en de American Le Mans Series.

De Formule 1 heeft hij op een aantal

test nooit gehaald.

 

Dallara is opgericht in 1972 door Gian Paolo Dallara

en is gevestigd in Parma in Italie.

In het begin maakte ze auto's voor kleine auto

competities en heuvelklims.

In 1978 bouwde ze hun eerste Formule 3 auto

voor het Italiaanse kampioenschap.

Sinds dat jaar hebben ze alle keren dat

kampioenschap gewonnen.

Ook in andere Formule 3 klasse kregen ze

steeds meer succes, en de laatste jaren

domineren ze alle Formule 3 kampioenschappen.

 

 
De Arrows A21, dit is de Formule 1 auto van

Arrows uit 2000.

De auto was uitgerust met een Supertec V10 motor

en Bridgestone banden.

De auto's werden bestuurd door Pedro de la Rosa en

Jos Verstappen.

Pedro de la Rosa haalde er twee 6de plaatsen mee.

Jos Verstappen haalde er een 5de en 4de

plaats mee.

Gezamenlijk goed voor 7 punten, waar mee

het team 7de werd in het constructeurs

 kampioenschap.

 

Na een desastreus seizoen in 1999 leek het

met de A21 de goede kant op te gaan.

De auto was snel maar niet betrouwbaar.

Waardoor een aantal goede klasseringen in rook

op gingen, in totaal vielen beide coureurs 21 keer uit,

haalde ze 13 keer de finish, waarvan 4 keer

in de punten.

 

 

 
De Tyrrell 021 is de Formule 1 auto van

Tyrrell die ze gebruikte in 1993.

De auto's werden bestuurd door Ukyo Katayama

en Andrea de Cesaris.

De wagen was uitgerust met een motor van

Yamaha en banden van Goodyear.

 

De auto was niet erg succesvol.

De beste klassering is twee maal een 10de plaats.

12 maal werd de finish gehaald en 19 keer

vielen ze uit, 1 keer werd Andrea de Cesaris

gediskwalificeerd.

 

 

 

De Minardi M185 is een Formule 1 auto.

Het was de eerste Formule 1 auto van Minardi

en is gebouwd in 1985.

Er werd in dat jaar gebruik gemaakt van 1 auto

die bestuurd werd door Pierluigi Martini.

de beste klassering was een 8ste plaats.

Verder werd er 1 keer een 11de en 1 keer

een 12de plaats gehaald.

Tijdens de Grand Prix van Monaco werd Martini

gediskwalificeerd, alle andere keren viel de auto uit.

 

Minardi werd opgericht in 1980 en begon met racen

in het European Formule Two Championship.

In 1984 werd besloten om over te stappen naar

de formule 1.

De auto werd ontwikkeld om een motor van

Alfa-Romeo, maar toen Carlo Chiti weg ging bij

Alfa-Romeo om Motori Moderni op te richten

werd besloten om met hem in zee te gaan.

Omdat de Motori Moderni V6 Turbo aan het begin

van het seizoen nog niet klaar was begon men

de eerste 2 races met de Cosworth DFV motor.

 

 

 

De Arrows A6 is een Formule 1 auto waar Arrows

mee reed in 1983 en het begin van 1984.

De auto was uitgerust met een Cosworth Motor

en Goodyear banden.

Een auto werd het hele seizoen bestuurd door

de Zwitser Marc Surer die er 4 punten mee scoorde.

De tweede auto werd aan het begin van het jaar

bestuurddoor de Braziliaan Chico Serra die

er 4 races mee reed maar geen punten haalde.

Tijdens de 2de race van het seizoen reed Alan Jones

eenmalig in de auto, hij viel uit tijdens de race.

 

De belg Thierry Boutsen maakte het jaar af

in de 2de auto, maar scoorde geen punten.

Marc Surer en Thierry Boutsen reden ook in

1984 voor Arrows.

Het team begon het 1985 seizoen met de A6 voor

ze de A7 in gingen zetten.

Thierry Boutesen scoorde in het begin van het

1984 seizoen nog een 5de en 6de plaats met

de A6 en scoorde zo 3 punten met de oude auto.

In totaal zijn er dus over 2 jaar 7 punten

gescoord met de Arrows A6.

 

 

 
De Lotus 76 is de Formule 1 auto voor het

seizoen van 1974 van Lotus.

De auto werd bestuurd door Ronnie Peterson

en Jacky Ickx.

De auto was uitgerust met een Ford motor

en een elektronische koppeling.

Bij de eerste tests klaagde de coureurs dat ze het

gevoel miste met de auto en dat de koppeling

problemen gaf.

Na de 4de race in Spanje werd besloten om terug

te gaan het oude model de lotus 72.

 

Met de Lotus 76 haalde Ronnie Peterson een

6de plaats en Jacky Ickx een 3de plaats,

beide tijdens de Grand Prix van Brazilië.

De Lotus 76 was ontworpen door Collin Chapman,

Tony Rudd en Ralph Bellamy.

De auto had ten opzichte van zijn voorganger, de

Lotus 72, een lichter chassis, een langere wielbasis

en een smallere en lagere monocoque.

Hoewel de auto er mooi en slank uit ziet

was het geen succes.

 

 

 
De Maki F101C is een formule 1 auto van het

Japanse Maki Engineering.

Maki debuteerde tijdens de Grand Prix van Engeland

in 1974 met de Maki F101 met als coureur de

Australiër Howden Ganley.

Hij wist zich niet te kwalificeren, voor de race er na

in Duitsland lukt het ook niet en crashte

Howden Ganley met de auto.

Maki ging terug naar Japan om de auto te reparen

en te verbeteren.

 

In 1975 keerde het Maki team terug tijdens de Grand

Prix van Nederland, met de verbeterde auto, nu de

Maki F101C geheten en sponsoring van Citizen.

Met als coureur de japanner Hiroshi Fushida.

Omdat er maar 25 inschrijvingen waren, waren ze

zeker van een startplek.

Maar omdat de motor kapot ging tijdens de training

kom het team niet starten, en in Engeland kwam

de auto niet door de kwalificatie.

Hiroshi Fushida werd toen vervangen door

de Engelsman Tony Trimmer.

 

 

 

Tony Trimmer probeerde zich te kwalificeren voor de

races in Duitsland, Oostenrijk en Italie, maar

dat lukte geen van de keren.

Alleen voor de niet voor het WK mee telende Grand

Prix van Zwitserland wist hij zich te kwalificeren.

Hij finishte op de 13de plek op 9 ronden van de

winnaar.

Aan het eind van 1976 probeerde ze het nog een

keer tijdens de Japanse Grand Prix.

De auto was verbeterd en hete toen de Maki F102A

Maar ook hier kwam de auto niet door de kwalificatie.

Dat was ook het einde van Maki Engineering.

 

De ruimte onder de abdij is niet erg groot en donker.

Maar met voldoende verlichting en door

de auto's op een dicht op elkaar te zetten

kunnen er nog beest wat auto's staan.

Het leuke is dat er allemaal verschillende soorten

auto's staan, waaronder een leuk aantal

formule 1 auto's uit verschillende tijden.

 

 

 
De legendarische Porsche 917K, de korte uitvoering

van de 917.

Deze Porsche was een erg opzienbarende auto

vanwege de unieke samenstelling van de auto.

Het chassis was gemaakt van aluminium en de

carrosserie van koolstofvezel.

De motor was een 180graden V12, het was een

combinatie van 2 koppelde Porsche 911 motoren.

De auto woog maar 800 kilo en de motor leverde

520pk.

Hierdoor onstond een hele snelle combinatie.

 

De topsnelheid van de auto lag op zo een 380 Km/Uur.

De auto was op sommige circuits sneller dan de

formule 1 auto in die jaren.

De auto werd gemaakt van 1969 tot 1971, later

werd er nog een uitvoering gemaakt voor de Can-Am.

Deze uitvoering in Gulf kleuren is vooral bekend

geworden door de film Le Mans van Steve McQueen.

Ook werden er een aantal uitvoeringen gemaakt

met een langer bodywork.

Wat zorgde voor hogere topsnelheden.

 

 

 

De auto was zeer succesvol, in het WK werden

er meerdere overwinningen gehaald.

Waaronder de 24uren van Le Mans in 1970 en 1971.

De auto waar Gijs van Lennep en Helmut Marko in

1971 wonnen was voor een gedeelte gemaakt

van magnesium.

Zij hebben toen in 24 uur een afstand afgelegd van

5335 kilometer met een gemiddelde snelheid van

222 Km/Uur.

Een record dat pas in 2010 door Audi is verbeterd.

 

De Talbot-Lago T26 Grand Prix.

Deze auto werd gebouwd door Talbot Lago van

1948 tot 1951 en was een afgeleide van de

Talbot-Lago T26 Coupe, een luxe coupe

voor degelijks gebruik.

De T26 Grand Prix kon worden ingezet in de Grand

Prix racerij, de voorloper van de huidige

 Formlue 1.

De coureur Louis Rosier won in 1951 de Grand

Prix's van Bordeaux, Belgie en Nederland

met deze auto.

 

 

Nog een keer de Talbot-Lago T26C Grand Prix.

 

Een Alfa Romeo Giullia Sprint uit 1963.

 

Een Lancia Aurélia B20 GT uit 1957.

 

Een Vaillante Grand Défi. Een auto die lijkt op de Vaillante Le Mans uit de strips van Michel Vaillante.

 

De BMW 528i van Eggenberger Motorsport uit 1982.

 

Een Ford Capri uit 1979. Deze auto reed in dat jaar ook de 24 uren van Spa-Francorchamps.

 

De Toyota Corolla, in een Group A uitvoering die meerdere keren de 24 uren van Spa-Francorchamps heeft gereden.

Met veel succes, in 1985 1987 & 1988 wonnen ze de Coupe de Roi tijdens de 24 uren.

In 1989 wonnen ze ook hun klasse tijdens de 24 uren, en ze reden daarbij de snelste ronde en begonnen van pole position.

De Honda Accord Super Toerisme uit 1997.

Gabrielle Tarquini reed met deze auto de tot dat moment snelst ronde voor dit type auto.

 

Het museum is wel een beetje klein maar er staan wel veel mooie auto's.

Wat ook mooi is dat alle auto's in een rijdbare staat zijn.

 

Terug naar

Spa Race Festival 2010
Vakantie & Overige
Vorige sessie
...